top of page
Zoeken

Een eetstoornis zit niet alleen in je hoofd. Maar de oplossing ligt ook niet alleen op je bord.

22 okt
3 minuten om te lezen

Mijn kijk als diëtiste gespecialiseerd in eetstoornissen op het gesprek tussen Pascale Naessens en psychiater Elske Vrieze.

Onlangs las ik in Het Nieuwsblad een interview met Pascale Naessens en professor Elske Vrieze, psychiater en specialist in eetstoornissen aan KU Leuven.

Een gesprek dat mij aan het denken zette. Niet omdat ik het met alles eens ben, maar omdat het een belangrijk onderwerp aanraakt: hoe kijken we vandaag naar eetstoornissen, en besteden we voldoende aandacht aan de rol van voeding?


Wat mij vooral raakte

Pascale Naessens vertelt openhartig over haar jarenlange strijd met boulimie. Ze beschrijft hoe ze zich tijdens haar behandelingen vaak niet begrepen voelde.

Wat mij bijzonder opviel, was haar ervaring dat niemand echt vroeg wat ze at. Ze kreeg voedingsschema's, maar bleef honger ervaren.

En daar wil ik als diëtiste even bij stilstaan.

Want hoe kunnen we iemand helpen om eetbuien te verminderen wanneer we onvoldoende begrijpen hoe die persoon eet, hoeveel die eet en welke overtuigingen er rond voeding bestaan?


Honger is niet zomaar een gevoel dat we moeten leren onderdrukken. Het is een biologisch signaal.


Wanneer iemand structureel onvoldoende eet, maaltijden overslaat of bepaalde voedingsmiddelen vermijdt, kan dat de lichamelijke en mentale drang naar eten versterken.

Dat betekent niet dat iedere eetbui ontstaat door honger. Maar het betekent wel dat we de biologische kant van eetgedrag nooit mogen onderschatten.


Een eetstoornis is zoveel meer dan een probleem met voeding


Professor Vrieze legt in het interview uit hoe ons eetgedrag beïnvloed wordt door twee belangrijke systemen in de hersenen:

  • Het homeostatische systeem, dat betrokken is bij onze energiebehoefte, honger en verzadiging.

  • Het beloningssysteem, dat mee bepaalt waar we zin in krijgen en welke voeding we aantrekkelijk vinden.

Beide systemen beïnvloeden elkaar. Ook stress, emoties, eerdere ervaringen en onze lichamelijke toestand spelen hierin een rol.

En precies daarom vind ik het zo belangrijk om bij eetstoornissen verder te kijken dan alleen het voedingspatroon.

Achter eetgedrag kunnen angst, controlebehoefte, schaamte, emotionele moeilijkheden of diepgewortelde overtuigingen schuilgaan.

Tegelijkertijd kunnen onvoldoende voeding en langdurige restrictie die moeilijkheden versterken.

Lichaam en geest staan niet los van elkaar. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend.


Is onbewerkte voeding dan de oplossing?


Pascale beschrijft hoe de overstap naar minder bewerkte voeding haar geholpen heeft om anders met eten om te gaan.

Ik vind het waardevol dat ze haar persoonlijke ervaring deelt. Maar hier wil ik ook een belangrijke nuance maken.

Wat voor één persoon geholpen heeft, is niet automatisch de juiste aanpak voor iemand anders.

Voedzame, gevarieerde voeding kan bijdragen aan onze lichamelijke gezondheid, energie en verzadiging. Maar bij iemand met een eetstoornis kan een sterke focus op 'puur' of 'onbewerkt' eten ook nieuwe eetregels en angsten creëren.

Een boterham, een stuk chocolade of een bord pasta hoeft geen bedreiging te zijn voor je gezondheid.

En herstel van een eetstoornis vraagt niet dat je steeds 'perfecter' leert eten.

Soms betekent herstel net dat je opnieuw vrijheid ontwikkelt om alle voedingsmiddelen een plaats te geven.


Waarom ik niet alleen werk aan wat iemand eet


In mijn praktijk kijk ik uiteraard naar de voedingsinname. Eet iemand voldoende? Is er een regelmatige maaltijdstructuur? Zijn er voedingstekorten? Worden bepaalde voedingsmiddelen vermeden?

Maar daar stopt het niet.

Ik wil ook begrijpen waarom iemand bepaalde keuzes maakt.

Waarom voelt een maaltijd spannend? Waarom ontstaat er schuldgevoel na het eten? Waarom voelt controle over voeding zo belangrijk? En welke gedachten houden bepaald eetgedrag in stand?

Vanuit die inzichten werken we aan vaardigheden, gedrag en overtuigingen.

Dat vraagt tijd, vertrouwen en vaak ook samenwerking met een psycholoog, huisarts of psychiater.

Want duurzaam herstel is geen kwestie van een nieuw voedingsschema krijgen.

Het is een proces waarin je opnieuw leert vertrouwen op je lichaam, je eetgedrag leert begrijpen en stap voor stap meer vrijheid ontwikkelt.


Wat ik hoop dat we meenemen uit dit gesprek

Ik ben blij dat er steeds meer openheid komt over eetstoornissen en de complexe mechanismen achter ons eetgedrag.

Tegelijkertijd hoop ik dat we voorzichtig blijven met eenvoudige verklaringen en oplossingen.

Niet iedere eetstoornis ontstaat door dezelfde oorzaak. En niet iedereen herstelt op dezelfde manier.

Wat ik vooral wil meegeven?

We moeten stoppen met voeding en psychologie tegenover elkaar te plaatsen.

We hebben beide nodig.

Aandacht voor voldoende en volwaardige voeding, maar ook voor gedachten, emoties, gedrag en de omgeving waarin iemand leeft.

Want uiteindelijk gaat herstel niet alleen over opnieuw kunnen eten.

Het gaat over opnieuw kunnen leven, zonder dat voeding voortdurend zoveel ruimte inneemt in je hoofd.

Emma GoemaereErkend diëtiste – gespecialiseerd in eetgedrag, eetstoornissen en mindset



Gebaseerd op het interview met Pascale Naessens en prof. Elske Vrieze in Het Nieuwsblad, naar aanleiding van het boek 'De slimste keuken'.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page